ECLI:NL:RBGEL:2021:2620
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering drank- en horecavergunning wegens onvoldoende verwijtbaarheid leidinggevenden
De burgemeester van West Betuwe weigerde aan eiseres een drank- en horecavergunning te verlenen omdat de leidinggevenden van eiseres eerder leidinggevenden waren van een inrichting die op grond van de Opiumwet was gesloten wegens drugshandel. Volgens de burgemeester voldeden zij daardoor niet aan het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet.
Eiseres voerde aan dat haar geen verwijt treft omdat zij uitgebreide en strenge maatregelen heeft genomen om drugsgebruik te voorkomen, waaronder fouilleren van bezoekers en artiesten, samenwerking met instanties en een duidelijk drugsverbod. De burgemeester stelde dat verwijtbaarheid ook kan bestaan uit het nalaten van voldoende maatregelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende concreet heeft gemaakt waarin eiseres tekort is geschoten en dat het per definitie verwijtbaar achten van een eenmalige drugsaanwezigheid de uitzonderingsgrond in artikel 5 van Pro het Besluit zinledig zou maken. Daarom kon de burgemeester de vergunning niet weigeren op grond van artikel 5 van Pro het Besluit.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de burgemeester op binnen twee weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de drank- en horecavergunning wordt vernietigd en de burgemeester moet een nieuw besluit nemen.