ECLI:NL:RBGEL:2021:2959
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing RAAF-aanvraag wegens onvoldoende feitelijke werkzaamheden Operationeel Specialist C
Eiser, werkzaam als Operationeel Specialist B, verzocht om plaatsing op de hogere functie van Operationeel Specialist C via de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF). De korpschef wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn feitelijke werkzaamheden gedurende het vereiste jaar wezenlijk afweken en voldeden aan de niveaubepalende elementen van de hogere functie.
De rechtbank toetste de aanvraag aan de RAAF en het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP). De kern van de functie Operationeel Specialist C omvat onder meer het opstellen en coördineren van (maatwerk)plannen van aanpak, beleidsregie en operationele aansturing, elementen die onderscheiden zijn van de huidige functie van eiser. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij organisatorische coördinatie verrichtte of een regierol had bij beleidsimplementatie, zoals vereist.
Verklaringen van betrokkenen toonden dat eiser weliswaar projectleden aanstuurde, maar niet de individuele werkafspraken maakte of voortgangsgesprekken voerde. Ook lag de formele regie over beleidsimplementatie bij een implementatiemanager. De werkzaamheden van eiser waren meer ondersteunend dan regisserend van aard.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de discriminerende niveaubepalende elementen van de hogere functie en dat de afwijzing van de RAAF-aanvraag terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de RAAF-aanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van werkzaamheden op het niveau van Operationeel Specialist C.