ECLI:NL:RBROT:2022:2300
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag plaatsing Operationeel Expert Tactische Opsporing wegens onvoldoende niveaubereik
Eiser heeft op grond van de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF) verzocht om plaatsing in de functie van Operationeel Expert Tactische Opsporing, schaal 9. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende de referteperiode van 23 augustus 2016 tot 23 augustus 2017 in overwegende mate heeft voldaan aan de niveaubepalende elementen van deze functie.
Eiser voerde aan dat zijn werkzaamheden wel degelijk voldeden aan de kern van de gewenste functie, onder meer door deelname aan projecten en begeleiding van collega’s. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de vijf kernonderdelen van de functie – verbetering tactische opsporing, plannen van aanpak, organisatorische coördinatie, netwerkopbouw en deskundigheidsbevordering – gedurende de gehele referteperiode zelfstandig en in overwegende mate heeft uitgevoerd.
De rechtbank benadrukt dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat zijn werkzaamheden wezenlijk afwijken van zijn huidige functie en overeenkomen met de niveaubepalende elementen van de gewenste functie. De door eiser overgelegde stukken en verklaringen, waaronder die van zijn teamleider, ondersteunen dit niet. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de afwijzing van de aanvraag terecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot plaatsing in de functie Operationeel Expert Tactische Opsporing wordt bevestigd.