Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.De geldigheid van de dagvaarding
hiervoor genoemde middelen iemand daadwerkelijk worden bewogen tot afgifte van een goed. Tussen de afgifte van het goed en de hiervoor genoemde middelen moet een rechtstreeks verband bestaan.
Uit de inhoud van het dossier blijkt onvoldoende dat aangever [aangever 12] is bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag door één van de in de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen. Verduistering acht de rechtbank evenmin bewezen, nu het door aangever betaalde geldbedrag na storting in het vermogen van verdachte is gevloeid. Hierdoor is het geldbedrag niet voor wederrechtelijke toe-eigening vatbaar.