Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[naam eiseres] , te , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
‘2. SUBJECT OF THE AGREEMENT
‘5. AGENT'S FEE
- Een structuurtekening van [persoon 5] waarop is aangegeven dat [persoon 9] middellijk aandeelhouder is van [bedrijf 1] ;
- Diverse stukken uit een kredietdossier van eiseres bij de [bank] waarin is vermeld dat [persoon 9] de ‘ultimate beneficial owner’ is van eiseres. Het kredietdossier bevat bijvoorbeeld een stuk van 11 juni 2005 waarin de STAK heeft verklaard dat [persoon 9] de ‘ultimate beneficial owner’ is van eiseres. Dit stuk is ondertekend door [persoon 1] . Daarnaast bevat het kredietdossier een verklaring van [B.V.] , ondertekend door [persoon 5] , waarin wordt verklaard dat eiseres en [bedrijf 1] ‘related parties’ zijn, dat eiseres en [bedrijf 1] deel uitmaken van dezelfde groep en dat de tussen partijen te hanteren prijzen dienen te worden bepaald met een systeem van transferpricing;
- Een in opdracht van eiseres opgestelde transferpricingrapport van [naam bedrijf] van 29 juli 2014 voor de transacties tussen eiseres en [bedrijf 1] ;
- Het LinkedIn-profiel van [persoon 9] waarin vermeld staat dat [persoon 9] eigenaar is van eiseres.
Beslissing
- verklaart het beroep inzake de informatiebeschikking 2013 ongegrond;
- verklaart de beroepen inzake de informatiebeschikkingen 2014-2016 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar inzake de informatiebeschikkingen 2014-2016 voor zover die betrekking hebben op de omzetbelasting;
- vernietigt de informatiebeschikkingen 2014-2016 voor zover die betrekking hebben op de omzetbelasting
- handhaaft de informatiebeschikkingen 2014-2016 voor het overige en geeft eiseres een termijn van twee weken, gerekend vanaf de dag nadat deze uitspraak onherroepelijk is geworden, om inzage te verlenen in de gevraagde stukken zoals bedoeld in overweging 32 van deze uitspraak;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.026;
- draagt verweerder op om het betaalde griffierecht van € 354 aan eiseres te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;