Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Gelderland, verweerder
[derde partij]te [woonplaats]
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een besluit van 4 januari 2021 waarbij het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland aan een derde partij ontheffing heeft verleend op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het verstoren, beschadigen en doden van diverse beschermde diersoorten in verband met de kap van bomen en aanleg van een bosparkeerplaats.
Verzoekers, die deels in woningen direct grenzend aan het gebied wonen, maken bezwaar tegen de kap van monumentale bomen en stellen dat onvoldoende rekening is gehouden met soortenbescherming en alternatieven. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek alleen ziet op de ontheffing voor soortenbescherming en niet op het kappen van bomen zelf.
De ontheffing is gebaseerd op diverse ecologische rapporten en voorziet in mitigerende maatregelen zoals kappen buiten het broedseizoen, inspecties vooraf, en herbeplanting. De voorzieningenrechter acht de ontheffing niet strijdig met de Wnb en volgt het standpunt dat er een noodzaak bestaat voor ontheffing vanwege openbare veiligheid, cultuurhistorische belangen en ruimtelijke ontwikkeling.
De voorzieningenrechter concludeert dat het beroep weinig kans van slagen heeft en dat de verleende ontheffing niet geschorst hoeft te worden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontheffing voor soortenbescherming wordt afgewezen.