Uitspraak
Heineken Nederland B.V.,
Malant B.V.,
Heineken Nederland B.V.,
Malant B.V.,
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil over huurprijsvermindering van een horecabedrijfsruimte tussen [eiser], Heineken Nederland B.V. en Malant B.V. De coronapandemie en de daaraan verbonden overheidsmaatregelen hebben geleid tot sluiting en beperkingen van het café van [eiser], waardoor het huurgenot ernstig werd aangetast.
De kantonrechter stelt vast dat de coronacrisis een onvoorziene omstandigheid is die heeft geleid tot een fundamentele verstoring van het contractuele evenwicht tussen partijen. Partijen hadden de gevolgen van de pandemie niet voorzien en konden deze ook niet van elkaar verwachten. De rechter overweegt dat het financiële nadeel gelijkelijk over huurder en verhuurder moet worden verdeeld, mede omdat geen van beide partijen verwijt treft.
De huurprijs wordt aangepast voor de periode van 1 juni 2020 tot 1 april 2021 met een afbouwende korting van 25% tot 7,5%, rekening houdend met de door [eiser] ontvangen Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Voor de maanden april en mei 2020 is de huur al kwijtgescholden. De vordering van Heineken tegen Malant in vrijwaring wordt afgewezen omdat de contractuele grondslag ontbreekt.
Heineken wordt veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde huur met wettelijke rente en in de proceskosten. De kantonrechter wijst het meer of anders gevorderde af en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurprijs wordt verminderd met een afbouwende korting van 25% tot 7,5% over de periode juni 2020 tot april 2021, met terugbetaling van te veel betaalde huur door Heineken aan [eiser].