Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
€ 615.803. Tevens is bij beschikking € 17.401 aan belastingrente in rekening gebracht.
11 juni 2020, beroep ingesteld.
- voor het jaar 2013, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 105.174 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 332.948. Tevens is bij beschikking € 9.327 aan belastingrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2014, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 87.476, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 1.352.182 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 165. Tevens is bij beschikking € 31.119 aan belastingrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2015, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 89.748 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 898.716. Tevens is bij beschikking € 16.189 aan belastingrente in rekening gebracht.
Overwegingen
[naam 4] op het adres [adres 1] , een vrijstaande woning met 29 paardenstallen. Eiser en [naam 4] zijn fiscale partners.
1 juni 2014 zijn de bedrijfsactiviteiten van [Y B.V.] gestopt en voortgezet in [Z B.V.] . [Y B.V.] is op 31 maart 2015 ontbonden. De activiteiten van [Y B.V.] / [Z B.V.] bestaan uit het innemen en verwerken van metalen en het verrichten van sloop- en demontagewerkzaamheden.
Op 5 juli 2017 heeft verweerder boekenonderzoeken aangekondigd bij [X B.V.] en [Z B.V.] naar de aanvaardbaarheid van de ingediende aangiften vennootschapsbelasting 2012 tot en met 2015, omzetbelasting 2012 tot en met 2015 en loonheffingen 2012 tot en met 2015. Daarnaast heeft het onderzoek betrekking op het verloop van de rekening-courantverhoudingen tot en met het jaar 2017.
16 november 2017 is [Z B.V.] failliet verklaard. Op 21 augustus 2018 heeft het Functioneel Parket een onderzoek ingesteld naar onder meer faillissementsfraude.
“ (..)
Wet IB 2001 voor 50% bij eiser en voor 50% bij [naam 4] gecorrigeerd. De desbetreffende correcties zijn als volgt:
Met dagtekening 3 juni 2020 zijn aan eiser nieuwe navorderingsaanslagen IB/PVV 2013 tot en met 2015 opgelegd, in verband met een andere verdeling van het te corrigeren box 2-inkomen (100% bij eiser). Hiertegen heeft eiser op 16 juni 2020 bezwaar gemaakt.
Ad a: privégebruik auto in 2013
Ad e: diensten [naam 6]
Beslissing
- verklaart de beroepen inzake de navorderingsaanslagen IB/PVV 2012 en 2013 ongegrond;
- verklaart de beroepen inzake de navorderingsaanslagen IB/PVV 2014 en 2015 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar in zoverre;
- vermindert de eerste navorderingsaanslag IB/PVV 2014 naar een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 87.476, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 675.421 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 165;
- vermindert de tweede navorderingsaanslag IB/PVV 2014 naar een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 87.476, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 1.351.512 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 165;
- vermindert de eerste navorderingsaanslag IB/PVV 2015 naar een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 89.748 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 449.146;
- vermindert de tweede navorderingsaanslag IB/PVV 2015 naar een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 89.748 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 898.504;
- vermindert de desbetreffende beschikkingen belastingrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de (in zoverre) vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.026;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser dient te vergoeden.
mr. J.M.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;