Eiser, een Syrische vreemdeling met een asielvergunning, verzocht om naturalisatie, maar dit verzoek werd afgewezen omdat hij niet vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf had op basis van juiste persoonsgegevens. Dit volgde uit een wijziging van zijn geboortedatum in de basisregistratie personen, die verweerder als een niet-verschoonbare identiteitswijziging kwalificeerde, waardoor de naturalisatietermijn opnieuw begon te lopen.
Eiser betoogde dat de termijn niet opnieuw zou moeten lopen bij identiteitswijziging en dat de werkinstructie waarop verweerder zich baseerde alleen voor Ranov-vergunninghouders geldt. De rechtbank stelde vast dat verweerder deze werkinstructie ook toepast op asielvergunninghouders als vaste gedragslijn, wat redelijk is geacht.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd is regels te stellen over de start van de naturalisatietermijn bij identiteitswijziging en dat de werkinstructie hiervoor geen beleidsregel is maar een interne richtlijn. De wijziging van eisers geboortedatum was geen minieme wijziging, mede omdat van vreemdelingen boven de 12 jaar verwacht mag worden dat zij hun geboortedatum kennen.
Daarom was het besluit van verweerder om het naturalisatieverzoek af te wijzen terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.