ECLI:NL:RBGEL:2021:5551
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke afwijzing beroep tegen intrekking Wbr-vergunning en handhaving zonder vergunning
De rechtbank Gelderland behandelde het beroep van eiseres tegen de intrekking van een Wbr-vergunning voor een motorbrandstoffenpunt en de opgelegde last onder bestuursdwang. De vergunning was ingetrokken vanwege het project VIA15, waarbij het tankstation moest wijken. Eiseres exploiteerde het tankstation op basis van een huurovereenkomst met de vergunninghouder, maar werd niet als belanghebbende erkend omdat haar belang afgeleid was van dat van de vergunninghouder.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen zelfstandig belang had bij het besluit tot intrekking van de vergunning, waardoor haar bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Daarnaast werd vastgesteld dat eiseres zonder vergunning gebruik maakte van een waterstaatswerk, wat een overtreding van artikel 2 van Pro de Wbr oplevert. Verweerder was daarom bevoegd om handhavend op te treden.
De voorzieningenrechter vond geen bijzondere omstandigheden om af te zien van handhaving, ondanks het verzoek van eiseres om de exploitatie voort te zetten zolang het Tracébesluit nog niet onherroepelijk was. De begunstigingstermijn voor het staken van de exploitatie werd uit coulance verlengd tot een week na de uitspraak. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening grotendeels afgewezen.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard en handhaving zonder vergunning bevestigd met verlengde begunstigingstermijn.