ECLI:NL:RBGEL:2021:5598
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.M. Kools – de Vries
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld bij tijdelijke urenuitbreiding binnen bestaande arbeidsovereenkomst
Eiseres was sinds 1 augustus 2019 in dienst bij een onderwijsinstelling met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vanaf 1 januari 2020 werd haar aanstelling tijdelijk uitgebreid met een werktijdfactor van 0,2 tot 31 juli 2020, vastgelegd in een addendum. Op 22 januari 2020 meldde zij zich ziek en vroeg zij per 1 augustus 2020 een Ziektewetuitkering aan, welke werd geweigerd door verweerder.
De kern van het geschil betrof de vraag of de tijdelijke urenuitbreiding een zelfstandige arbeidsovereenkomst vormde, waardoor na het einde daarvan recht op ziekengeld zou ontstaan. De rechtbank stelde vast dat het addendum niet voldeed aan de definitie van een arbeidsovereenkomst volgens artikel 7:610 BW Pro, omdat er geen loonafspraken in waren opgenomen.
Verder was er geen sprake van wezenlijke verschillen in werkzaamheden of arbeidsvoorwaarden tussen de oorspronkelijke en tijdelijke uren. De tijdelijke uitbreiding werd daarom gezien als een wijziging van de bestaande arbeidsovereenkomst. Omdat deze doorliep na 1 augustus 2020, was er geen beëindiging van een dienstbetrekking in de zin van artikel 29 ZW Pro en dus geen recht op ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de tijdelijke urenuitbreiding geen zelfstandige arbeidsovereenkomst is en wijst het beroep af, waardoor geen recht op ziekengeld bestaat.