De rechtbank Gelderland behandelde op 20 oktober 2021 een verzoek tot aanhouding van de strafzaak tegen verdachte, gericht op het verkrijgen van aanvullende stukken en het stellen van prejudiciële vragen.
De verdediging stelde vijf gronden voor aanhouding, waaronder inzage in buitenlandse stukken, onrechtmatige gegevensverwerking, het afwachten van een proces-verbaal over de Wet politiegegevens (Wpg), het stellen van prejudiciële vragen en het toevoegen van het masterbestand Herwijnen.
De rechtbank oordeelde dat er geen begin van aannemelijkheid is dat Nederlandse opsporingsautoriteiten betrokken waren bij de hack van de EncroChat-data, waardoor het interstatelijk vertrouwen in buitenlandse bewijsvergaring geldt. De data zijn rechtmatig verkregen en verwerkt, en er is geen noodzaak voor nader onderzoek of het afwachten van aanvullende proces-verbalen.
Het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen werd afgewezen omdat dit prematuur is zonder inhoudelijk debat. Ook het verzoek tot voeging van het masterbestand Herwijnen werd afgewezen omdat dit eerder had kunnen worden gedaan.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen en de zaak wordt voortgezet zonder onderbreking.