Eiseres, als wettelijk vertegenwoordiger van haar kinderen met autisme en ADHD, heeft een aanvraag ingediend voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor jeugdhulp, welke door verweerder is afgewezen. De rechtbank constateert dat het onderzoek van verweerder naar de specifieke zorgbehoefte per kind en de mate waarin de zorg van eiseres de normale ouder-kind-zorg overstijgt, onvolledig is gebleven. Tevens is niet expliciet onderzocht of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van eiseres voldoende zijn om zelf de benodigde ondersteuning te bieden.
De rechtbank verwijst naar de parlementaire geschiedenis van de Jeugdwet en benadrukt het belang van een gedegen onderzoek naar de eigen kracht van ouders, waarbij een normale opvoeding zonder professionele hulp mogelijk moet zijn. In deze zaak gaat het echter om zorg die professionele hulp vereist, ook al verleent eiseres zelf deze aanvullende zorg vanwege haar ruime eigen mogelijkheden.
De rechtbank wijst op de preventieve taak van verweerder om te voorkomen dat door het niet tijdig verlenen van passende jeugdhulp zwaardere en duurdere vormen van hulp noodzakelijk worden. Gezien het rapport van de Autisme Academie en de zorgvuldige analyse concludeert de rechtbank dat verweerder een pgb moet toekennen voor de aanvullende begeleiding en ondersteuning die eiseres aan haar kinderen biedt.
Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken het onderzoek te vervolgen en de gebreken te herstellen, met name door een onafhankelijke deskundige te laten vaststellen welke zorg per kind boven de normale ouder-kind-zorg wordt verleend en hoeveel uren dit betreft. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak, waarbij de rechtbank tevens bepaalt dat het vervolg van het geding zich beperkt tot de reeds besproken beroepsgronden.