ECLI:NL:RBGEL:2021:589
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Y. van Wezel
- R.H.M. Pennings
- C.E.W. van de Sande
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijk geweld en mishandeling in discotheek
Op 18 januari 2021 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van openlijk geweld en mishandeling op of omstreeks 17 juli 2016 in een discotheek in Beesd. De officier van justitie had primair gesteld dat verdachte samen met anderen openlijk geweld had gepleegd tegen twee slachtoffers. Subsidiair werd mishandeling ten laste gelegd.
Zowel de officier van justitie als de verdediging waren het eens over de vrijspraak. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om vast te stellen dat verdachte en medeverdachten in nauwe en bewuste samenwerking geweld hadden gepleegd. Hoewel er geweld tegen de slachtoffers was gebruikt, kon niet worden vastgesteld wanneer en door wie dit was gedaan.
Daarnaast hadden de slachtoffers civiele schadevergoedingsvorderingen ingediend, respectievelijk €1.362,52 en €900,00. Omdat de strafrechtelijke tenlastelegging niet bewezen werd verklaard, werden deze vorderingen niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en wees de civiele vorderingen af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland te Arnhem.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijk geweld en mishandeling; civiele schadevorderingen zijn niet-ontvankelijk verklaard.