Op of omstreeks 25 februari 2021 heeft een 36-jarige militair op de marinekazerne in Den Helder zijn collega mishandeld door hem meerdere keren met kracht in het gezicht te stompen. Dit gebeurde na een confrontatie waarbij de verdachte ondanks pogingen van het slachtoffer om uit de situatie te stappen, de confrontatie bleef opzoeken.
De militaire kamer baseerde haar oordeel op verklaringen van het slachtoffer en twee getuigen die bevestigden dat verdachte meerdere vuistslagen uitdeelde. Verdachte erkende ter terechtzitting dat hij had uitgehaald, maar was onzeker of hij het slachtoffer daadwerkelijk had geraakt. De kamer achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer heeft mishandeld.
De officier van justitie eiste een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis. De verdediging vroeg rekening te houden met de Verklaring Geen Bezwaar (VGB) richtlijnen voor militairen. De militaire kamer hield rekening met de ernst van het feit, de voorbeeldfunctie van verdachte als kaderlid, en het feit dat het incident plaatsvond op de kazerne voor andere militairen.
Tegelijkertijd werd meegewogen dat verdachte openheid van zaken gaf, verantwoordelijkheid toonde en positief deelnam aan mediation. Gezien deze omstandigheden legde de militaire kamer een geldboete van €750 op, met een vervangende hechtenis van 15 dagen bij niet-betaling.