De rechtbank Gelderland behandelde op 26 november 2021 het verzoek van betrokkene tot tussentijdse beëindiging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en een verzoek om contra-expertise. Betrokkene heeft niet-aangeboren hersenletsel en is opgenomen onder een zorgmachtiging die geldig is tot 1 februari 2022.
Betrokkene wenst te stoppen met medicatie en stelt dat de verplichte zorg niet langer effectief is, terwijl de diagnose niet ter discussie staat. De rechtbank oordeelt dat het doel van de verplichte zorg nog niet is bereikt en dat de criteria voor verplichte zorg nog steeds van toepassing zijn. Er is onvoldoende onderbouwing dat de verplichte zorg niet langer nodig is.
Het verzoek om contra-expertise wordt afgewezen omdat het verzoek onvoldoende concreet is en een dergelijk onderzoek meer passend is bij een beoordeling van verlenging van de zorgmachtiging na afloop van de huidige termijn. De rechtbank acht zich voldoende geïnformeerd en concludeert dat betrokkene niet in haar belangen wordt geschaad door afwijzing van het verzoek.
De zorgmachtiging blijft van kracht tot en met 1 februari 2022. De behandelaren dienen binnen de kaders van de wet de meest geschikte behandeling te bieden, waarbij ook gezocht wordt naar een minder prikkelende omgeving. Tegen deze beschikking staat cassatie open.