ECLI:NL:RBGEL:2022:1130
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheidspercentage correct vastgesteld door UWV na bedrijfsongeval
Eiser, voormalig operationeel medewerker, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidspercentage van 48,14% vast, dat na bezwaar werd verhoogd naar 51,02%. Eiser betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zijn beperkingen ernstiger waren dan door het UWV aangenomen.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van de verzekeringsartsen en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) waarop de arbeidsdeskundige zijn berekeningen baseerde. De verzekeringsartsen hadden de beperkingen zorgvuldig en eenduidig vastgesteld, waarbij ook de informatie van de orthopedisch chirurg en fysiotherapeut werd betrokken. De rechtbank vond dat de rapporten voldeden aan de vereiste zorgvuldigheid, begrijpelijkheid en consistentie.
Eiser stelde dat hij minder kon tillen, lopen en staan dan aangenomen, en dat hij niet op oneffen terrein kon werken. De rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende gemotiveerd waren en dat de medische rapporten deze beperkingen juist hadden meegewogen. De arbeidsdeskundige had bovendien nieuwe functies aangeduid die eiser met zijn beperkingen kon verrichten, wat de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage ondersteunde.
De rechtbank concludeerde dat het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage terecht had vastgesteld op 51,02% en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 51,02% blijft gehandhaafd.