De zaak betreft een vergunning verleend op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de uitbreiding van een geitenstal met toepassing van een systeem van verleasing, waarbij tijdelijk dieren op een andere locatie worden verminderd om ammoniakemissie te compenseren.
Verzoekers stelden beroep in tegen het besluit en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter had eerder het besluit geschorst. In deze uitspraak wordt beoordeeld of deze schorsing gehandhaafd moet blijven.
De rechtbank stelt vast dat het systeem van verleasing niet zonder meer past binnen het stelsel van de Wnb, mede omdat de vergunning van de saldogever niet wordt ingetrokken maar slechts tijdelijk niet wordt benut. De voorlopige voorzieningprocedure is niet geschikt om deze complexe rechtsvraag definitief te beantwoorden.
Daarnaast is onzeker of de aerius-berekening als passende beoordeling toereikend is en of de vergunning de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Gezien deze onzekerheid en het feit dat de dieren ook in de oude stal gehouden kunnen worden, weegt de rechtbank het belang van natuurbescherming zwaarder en handhaaft zij de schorsing.
De schorsing betreft het gehele project, inclusief bouwwerkzaamheden, ondanks dat de stikstofdepositie door bouwactiviteiten buiten toepassing van artikel 2.7 Wnb wordt gelaten. Verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.