Uitspraak
Datum uitspraak: 24 november 2021
Raad van State
Bij besluit van 29 juni 2018 hebben provinciale staten van Noord-Brabant de inpassingsplannen 'Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat West' en 'Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost' vastgesteld, welke later zijn gewijzigd en opnieuw vastgesteld. Diverse appellanten, waaronder omwonenden, bewonersverenigingen en stichtingen, hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak behandeld op 20 en 21 januari 2021.
De kern van het geschil betreft de onderbouwing van de verkeersberekeningen, de toepassing van verkeersmodellen (statisch versus dynamisch), de beoordeling van alternatieven voor de inpassingsplannen, en de toetsing aan de Wet natuurbescherming (Wnb) met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Appellanten betogen onder meer dat het gebruikte statische verkeersmodel onvoldoende inzicht geeft in regionale effecten en dat alternatieven zoals variant 373 en variant 72A onterecht niet nader zijn onderzocht.
De Afdeling oordeelt dat provinciale staten zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het statische verkeersmodel geschikt is voor de omvang van het project en dat dynamische simulaties aanvullend zijn uitgevoerd. Variant 373 is terecht niet nader onderzocht vanwege de toename van verkeer in de kern van Vlijmen, wat in strijd is met de doelstellingen van de GOL. Variant 72A is afgewezen vanwege overschrijding van het budget. Ten aanzien van de natuurtoetsing is geoordeeld dat de berekening van stikstofdepositie met de AERIUS Calculator en de Standaardrekenmethode 2 onvoldoende is gemotiveerd, vooral vanwege de beperking tot 5 km rekenafstand, waardoor niet is uitgesloten dat natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden worden aangetast.
De Afdeling verklaart de beroepen ontvankelijk en bespreekt de diverse beroepsgronden, waarbij zij onderkent dat de besluiten grotendeels rechtmatig zijn genomen, maar wijst op tekortkomingen in de motivering van de natuurtoetsing. De Afdeling geeft geen aanleiding tot vernietiging op andere gronden en bevestigt dat de procedures en termijnen in acht zijn genomen.
Uitkomst: De beroepen worden ontvankelijk verklaard maar afgewezen vanwege onvoldoende motivering van de natuurtoetsing; overige gronden leiden niet tot vernietiging.