ECLI:NL:RBGEL:2022:2024

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 april 2022
Publicatiedatum
21 april 2022
Zaaknummer
AWB - 22_960
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 49, negende lid, Algemene wet inkomensafhankelijke regelingenArt. 3:2 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d, eerste en derde lid, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen herbeoordeling kinderopvangtoeslag

Eiseres heeft op 7 januari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden, verlengd met zes maanden, een besluit genomen. Na ingebrekestelling en het indienen van een beroepschrift stelde de rechtbank vast dat de Belastingdienst/Toeslagen nog steeds niet had beslist, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is.

De rechtbank heeft een langere beslistermijn van twaalf weken vastgesteld vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het grote aantal herbeoordelingsverzoeken en de zorgvuldige individuele beoordeling die vereist is. De termijn gaat in vanaf 10 maart 2022, de datum waarop een persoonlijk zaakbehandelaar aan eiseres is toegewezen, en loopt tot uiterlijk 2 juni 2022.

Daarnaast is een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de Belastingdienst/Toeslagen de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. De rechtbank wijst het betaalde griffierecht aan eiseres toe, maar kent geen verdere proceskosten toe. De uitspraak is gedaan door rechter Derksen en uitgesproken op 22 april 2022.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een verlengde beslistermijn tot 2 juni 2022 op en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 22/960

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2022

in de zaak tussen

[Eiseres A] te [plaats B] , eiseres

(gemachtigde: mr. T.P. Boer),
en

de Belastingdienst/Toeslagen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het volgens eiseres niet op tijd beslissen door de Belastingdienst/Toeslagen op haar verzoek van 7 januari 2021 om een herboordeling van de kinderopvangtoeslag.
1.1.
Met de brief van 17 januari 2022 heeft eiseres de Belastingdienst/Toeslagen in gebreke gesteld. De rechtbank Limburg heeft op 8 februari 2022 het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een beslissing ontvangen en op 11 februari 2022 ter verdere behandeling aan de rechtbank doorgezonden. Eiseres stelt dat de Belastingdienst/Toeslagen niet binnen de beslistermijn en ook niet binnen twee weken na de ingebrekestelling op haar verzoek heeft beslist.
1.2.
De Belastingdienst/Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
Het is niet nodig dat eiseres op een zitting wordt gehoord. Het beroep is kennelijk gegrond. Daarom sluit de rechtbank het onderzoek en doet zonder zitting uitspraak. [1] De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk gegrond is.

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
2. Gelet op artikel 49, negende lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen neemt de Belastingdienst/Toeslagen binnen zes maanden na ontvangst van het verzoek een beslissing hierop. Deze termijn mag de Belastingdienst/Toeslagen één keer – zonder overleg met of toestemming van eiseres – verlengen met zes maanden. Uit de stukken blijkt dat de Belastingdienst/Toeslagen de beslistermijn met zes maanden heeft verlengd. De beslistermijn is daarmee geëindigd op 7 januari 2022.
2.1.
Niet in geschil is dat de Belastingdienst/Toeslagen niet binnen de beslistermijn heeft beslist. Na afloop van de beslistermijn is de Belastingdienst/Toeslagen in gebreke gesteld. Het beroepschrift is meer dan twee weken daarna door de rechtbank ontvangen. Omdat de Belastingdienst/Toeslagen niet binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling op 19 januari 2022 op het verzoek heeft beslist, en nog altijd niet heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
Welke beslistermijn moet aan de Belastingdienst/Toeslagen worden opgelegd?
3. De Belastingdienst/Toeslagen heeft nog steeds geen besluit genomen. De Belastingdienst/Toeslagen moet dit alsnog doen. De rechtbank ziet aanleiding om af te wijken van de termijn binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak. [2] De rechtbank bepaalt een andere termijn waarop de Belastingdienst/Toeslagen alsnog een besluit bekendmaakt omdat sprake is van bijzondere omstandigheden. [3]
3.1.
In het algemeen is bij de Belastingdienst/Toeslagen een groot aantal herbeoordelingsverzoeken binnengekomen. Het grote aantal verzoeken was niet voorzien. Deze verzoeken moeten individueel en zorgvuldig beoordeeld worden en dat kost tijd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft in het verweerschrift van 11 maart 2022 verzocht om een beslistermijn van twaalf weken. Deze beslistermijn is nader onderbouwd. Een persoonlijk zaakbehandelaar heeft twee weken nodig om het verhaal van de ouder geheel in beeld te krijgen. Bij een voornemen afwijzend te beslissen moet de Belastingdienst/Toeslagen de zaak voor advies voorleggen aan de Commissie van Wijzen. De Commissie van Wijzen heeft twee weken nodig om tot een advies te komen. Hierna krijgt de ouder een vooraankondiging van de uitkomst van het herbeoordelingsverzoek. De ouder kan hiertegen binnen zes weken een zienswijze indienen, dat betekent reageren op de vooraankondiging. De Belastingdienst/Toeslagen heeft hierna twee weken nodig om het definitieve besluit te nemen.
3.2.
Alle omstandigheden gezamenlijk rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank in dit geval een beslistermijn van twaalf weken vanaf het moment dat een aanvang is gemaakt met het herbeoordelingsverzoek van eiseres. Uit het verweerschrift van 11 maart 2022 blijkt dat op 10 maart 2022 een persoonlijk
zaakbehandelaar aan eiseres is toegewezen. De rechtbank gaat ervan uit dat op 10 maart 2022 het herbeoordelingsverzoek van eiseres in gang is gezet. Dit betekent dat de Belastingdienst/Toeslagen uiterlijk 2 juni 2022 een beslissing op het herbeoordelingsverzoek van eiseres moet nemen.
Welke dwangsom wordt aan de Belastingdienst/Toeslagen opgelegd?
4. De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst/Toeslagen een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door de Belastingdienst/Toeslagen. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000.

Conclusie en gevolgen

5. Gelet op het vorenstaande is het beroep kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en een beslistermijn en een dwangsom worden opgelegd.
5.1.
De rechtbank merkt nog op dat zij binnen haar bevoegdheden in dit beroep geen mogelijkheden heeft om de Belastingdienst/Toeslagen te verplichten om een kopie van het dossier van eiseres te verstrekken. Wel is het raadzaam, gelet op artikel 3:2 van Pro de Awb en het zorgvuldigheidsbeginsel, dat de Belastingdienst/Toeslageen ervoor zorgt dat eiseres kennis heeft van haar dossier zodat zij haar standpunten op een behoorlijke manier kan verdedigen.
5.2.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, moet de Belastingdienst/Toeslagen aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Het beroepschrift is door eiseres zelf ingediend. De door de gemachtigde van eiseres ingediende nadere reactie op het verweerschrift van de Belastingdienst/Toeslagen komt niet voor vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in aanmerking. De rechtbank kan geen punten toekennen voor het indienen van deze reactie omdat de rechtbank niet verzocht heeft om een nadere schriftelijke reactie van partijen. Het puntenstelsel van het Besluit proceskosten bestuursrecht voorziet niet in het toekennen van een punt voor een spontane reactie van een partij.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt de Belastingdienst/Toeslagen op om
uiterlijk 2 juni 2022alsnog een besluit op het herbeoordelingsverzoek bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de Belastingdienst/Toeslagen aan eiseres een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000;
-draagt de Belastingdienst/Toeslagen op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van
mr.K. Berends, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Deze termijn staat in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
3.Dit volgt uit artikel 8:55d, derde lid, van de Awb.