Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst/Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar bezwaarschrift van 16 januari 2022. De rechtbank stelt vast dat verweerder inderdaad te laat is met het nemen van een besluit en dat dit leidt tot een dwangsom voor elke dag van overschrijding.
Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van tien weken, eventueel verlengd, vanwege de grote hoeveelheid aanmeldingen bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UTH) en de advisering door de Bezwaaradviescommissie (BAC). De rechtbank erkent het bijzondere karakter van de situatie en kent een termijn van twaalf weken toe voor het nemen van een besluit.
De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van €100 per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Ook wordt verweerder opgedragen het griffierecht van €50 en een proceskostenvergoeding van €262,50 aan eiseres te betalen. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.