ECLI:NL:RBGEL:2022:2080
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tijdelijke sluiting horecagelegenheid in belang van openbare orde en veiligheid bevestigd
Eiser exploiteerde een horecagelegenheid waar in april 2019 een steekincident plaatsvond. De burgemeester besloot daarop de horecagelegenheid tijdelijk te sluiten vanwege zorgen over de openbare orde en veiligheid. De sluiting werd aanvankelijk met onmiddellijke ingang bevolen en later geconcretiseerd tot een periode van twee maanden.
Eiser voerde aan dat de noodzaak tot sluiting op het moment van het besluit niet meer bestond en dat de sluitingstermijn onrechtmatig en in strijd met het verbod van reformatio in peius was vastgesteld. Daarnaast stelde eiser dat de sluitingstermijn niet in het belang van de openbare orde was opgelegd, maar misbruikt werd als grondslag voor intrekking van vergunningen.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester zorgvuldig heeft gehandeld, dat de sluiting niet langer duurde dan noodzakelijk was en dat de duur van de sluiting terecht was geconcretiseerd. De rechtbank stelde vast dat de burgemeester zich op de juiste, op ambtseed opgemaakte rapportages mocht baseren en dat er geen bewijs was voor misbruik van bevoegdheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de tijdelijke sluiting van de horecagelegenheid wordt ongegrond verklaard en de sluitingstermijn van twee maanden bevestigd.