Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 18 maart 2022.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.126,00(2,0 punten × tarief € 563,00)
Rechtbank Gelderland
Eiser was sinds 2007 in dienst bij een gemeente en kreeg in 2011 te horen dat hij boven formatief was geplaatst. In 2013 werd een e-mail gestuurd over het opnemen van verlofuren, waarbij afgesproken was dat eiser zich niet ziek zou melden en zijn situatie als werktijd zou worden gezien. In 2016 schakelde eiser advocaat gedaagde in, die zich op een onjuiste interpretatie van deze e-mail baseerde en stelde dat eiser recht had op salaris zonder te werken voor onbepaalde tijd.
De gemeente wilde eiser herplaatsen, maar dit werd gefrustreerd door de opstelling van eiser en zijn advocaat. Uiteindelijk werd eiser ontslagen wegens volledige arbeidsongeschiktheid, wat eiser aanvocht. De rechtbank Overijssel oordeelde dat de e-mail geen onvoorwaardelijke toezegging inhield en dat het vastlopen van het traject voor risico van eiser kwam.
Eiser stelde gedaagde aansprakelijk wegens wanprestatie, stellende dat zij onredelijk vasthield aan een ongeloofwaardig standpunt en naliet te adviseren over de risico's. De rechtbank oordeelde dat gedaagde inderdaad een beroepsfout beging door deze onjuiste interpretatie en door het niet beantwoorden van relevante vragen van de gemeente. Het nalaten om te adviseren over medewerking aan nader onderzoek werd niet als fout aangemerkt.
De rechtbank verklaarde gedaagde aansprakelijk voor de schade, verwees partijen naar de schadestaatprocedure voor schadevaststelling, wees buitengerechtelijke incassokosten en kosten voor vaststelling aansprakelijkheid af wegens onvoldoende specificatie, en veroordeelde gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: De advocaat is aansprakelijk voor de schade door wanprestatie en moet deze vergoeden, met verwijzing naar schadestaat voor schadevaststelling.