Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 9 februari 2022;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 10 maart 2022.
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert eiser vergoeding van materiële en immateriële schade wegens ontucht gepleegd door gedaagde, zijn achterneef, in de periode 2001-2005. Gedaagde is strafrechtelijk veroordeeld voor ontucht met minderjarige, maar eiser werd toen niet-ontvankelijk verklaard in zijn schadevordering.
Eiser stelt dat het misbruik heeft geleid tot psychische problemen, verslaving en verlies van verdienvermogen, maar heeft het oorzakelijk verband onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aan zijn stelplicht voldoet en wijst de materiële schadevergoeding af. Wel erkent gedaagde zijn onrechtmatig handelen en kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €5.000 toe, gelet op de ernst van het misbruik en vergelijkbare jurisprudentie.
Daarnaast worden beslagkosten toegewezen omdat het conservatoir derdenbeslag niet onrechtmatig was. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Toekenning van €5.000 smartengeld en beslagkosten, afwijzing materiële schadevergoeding wegens onvoldoende oorzakelijk verband.