Uitspraak
gevestigd te Heerenveen,
Rechtbank Gelderland
In deze zaak tussen Arvato Finance B.V. (Afterpay) en een consument heeft de kantonrechter prejudiciële vragen geformuleerd over de toepassing van titel 7:2A BW op koopovereenkomsten met achteraf betalen. De procedure betreft onder meer de vraag of en hoe kosten zoals de 'payment fee', administratiekosten, vertragingsrente en buitengerechtelijke incassokosten moeten worden gekwalificeerd als kosten van het krediet.
Arvato heeft haar vordering verminderd met de payment fee en stelt dat webwinkels geen vergoeding mogen doorberekenen aan klanten die voor Afterpay kiezen. De kantonrechter benadrukt het belang van beantwoording van de prejudiciële vragen vanwege uiteenlopende rechtspraak en het belang van rechtsontwikkeling, ook voor andere achteraf betaalservices.
Daarnaast wordt besproken in hoeverre bepalingen uit de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) ambtshalve door de civiele rechter moeten worden getoetst, met name de kredietwaardigheidstoets. De kantonrechter zal de Hoge Raad vragen om duidelijkheid over deze en andere gerelateerde vragen, waarna de procedure wordt aangehouden tot beantwoording.
Uitkomst: De kantonrechter legt prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad en houdt de verdere beslissing aan.