ECLI:NL:RBGEL:2022:2871
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vermindert belastingaanslagen tot nihil wegens schending artikel 8:42 Awb
Eiser, woonachtig in België en exploitant van een cateringbedrijf, kreeg ambtshalve aanslagen IB/PVV opgelegd voor 2013 en 2014 vanwege het niet indienen van aangiften. Verweerder verklaarde de bezwaren tegen deze aanslagen niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de aanslagen naar het juiste adres waren verzonden, waardoor de bezwaartermijn later begon te lopen en de bezwaren tijdig waren ingediend.
Verweerder stelde dat eiser niet de vereiste aangiften had gedaan en dat hij in Nederland een vaste inrichting zou hebben, maar leverde geen stukken ter onderbouwing. De rechtbank constateerde dat verweerder niet alle relevante stukken had overgelegd, waaronder uitnodigingen en herinneringen voor aangifte, en dat hierdoor geen goed oordeel over de aanslagen kon worden gevormd.
Op grond van artikel 8:42 Awb Pro leidt het ontbreken van deze stukken tot vernietiging van de aanslagen. De rechtbank vermindert de aanslagen tot nihil en vernietigt ook de belastingrente. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en dient het griffierecht te vergoeden. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 8 juni 2022 door rechter L.L. van Benthem.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bezwaren ontvankelijk en vermindert de aanslagen en belastingrente tot nihil wegens schending van artikel 8:42 Awb.