ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ9051
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over aftrekbaarheid verbouwingskosten hotel-restaurant na verkoop
Belanghebbende exploiteerde samen met zijn echtgenote een hotel-restaurant dat in 2000 werd verkocht. In geschil was of de verbouwingen aan het pand in 2000 ten laste van belanghebbende konden worden gebracht of dat deze na verkoop door de nieuwe eigenaar waren uitgevoerd. De inspecteur stelde dat de verbouwingen door de nieuwe eigenaar waren gedaan, maar had de stukken die dit zouden bewijzen niet overgelegd, wat het hof onrechtmatig achtte.
Belanghebbende bracht facturen in voor verbouwingskosten van fl. 269.721,25, maar het hof achtte deze facturen ongeloofwaardig omdat ze niet in de boekhouding waren opgenomen, niet op gebruikelijk briefpapier stonden, en de aannemer niet bekend was bij Kamer van Koophandel of belastingdienst. Ook ontbraken bouwvergunningen en waren de bankgegevens niet zakelijk. De verklaringen over financiering door derden werden eveneens niet geloofd.
Het hof oordeelde dat de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken had overgelegd, waardoor de resultaten van het onderzoek bij de nieuwe eigenaar buiten beschouwing werden gelaten. De bewijslast lag bij belanghebbende, die niet aannemelijk maakte dat de verbouwingskosten terecht in mindering waren gebracht. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat de verbouwingskosten niet in mindering mochten worden gebracht op de winst uit onderneming.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de verbouwingskosten niet in mindering mogen worden gebracht op de winst uit onderneming.