ECLI:NL:RBGEL:2022:3034
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag tabaksaccijns en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser exploiteert een shishalounge en kreeg een naheffingsaanslag tabaksaccijns opgelegd over de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 wegens onveraccijnste waterpijptabak. Verweerder voerde fysieke en administratieve controles uit, waarbij onder meer waterpijptabak met Duitse accijnszegels werd aangetroffen en eiser niet voldeed aan de bewaarplicht. Door het niet verstrekken van gevraagde facturen werd een informatiebeschikking opgelegd, wat leidde tot omkering en verzwaring van de bewijslast.
Eiser stelde dat het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel was geschonden en dat de naheffingstermijn was verstreken. De rechtbank oordeelde dat het verdedigingsbeginsel niet was geschonden omdat eiser voldoende tijd en gelegenheid had om zijn standpunten kenbaar te maken. Tevens werd vastgesteld dat de vijfjarige naheffingstermijn van artikel 20 AWR Pro van toepassing is en niet de driejarige termijn uit het Douanewetboek van de Unie.
De rechtbank vond de schatting van verweerder, gebaseerd op fysieke controles en een redelijke berekening van het verbruik, voldoende onderbouwd en aannemelijk. Eiser slaagde er niet in de aanslag overtuigend te betwisten. Wel werd eiser een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure. Het beroep werd ongegrond verklaard, verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag tabaksaccijns wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens termijnoverschrijding.