Conclusie
1.Inleiding
Vooraf
De relevante (toezicht)bepalingen met betrekking tot uitslag tot verbruik en de regels voor de bewijslastverdeling
Fontana. [20] Het Hof van Justitie oordeelde dat:
Parket bij de Hoge Raad
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die een shishalounge exploiteert, werd door de Inspecteur verzocht om herkomstbescheiden van aangetroffen waterpijptabak over de periode 23 september 2011 tot en met 11 maart 2016. Omdat zij deze niet kon verstrekken, stelde de Inspecteur een informatiebeschikking vast en legde een naheffingsaanslag met vergrijpboete op over een afwijkend tijdvak (1 september 2012 tot 6 september 2016). Zowel rechtbank als hof bevestigden de omkering van de bewijslast en de redelijke schatting van de Inspecteur.
De Advocaat-Generaal stelt ambtshalve vragen over de rechtmatigheid van de omkering, met name of het hof terecht partijen volgde in hun standpunt en of de omkering toegepast mag worden buiten de inlichtingenperiode. Zij concludeert dat het hof had moeten onderzoeken of belanghebbende daadwerkelijk over de gevraagde gegevens beschikte of kon beschikken, waarbij de bewijslast bij de Inspecteur ligt. Ook meent zij dat de omkering niet mag gelden voor perioden buiten de informatiebeschikking. Daarnaast slaagt het middel dat zich richt op de redelijke schatting niet, terwijl het middel over de boetemaat faalt.
De conclusie adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond te verklaren en de zaak terug te verwijzen voor een hernieuwde beoordeling van de omkering en de redelijke schatting binnen de juiste periode. De omkering is een administratiefrechtelijke dwangmaatregel en geen strafsanctie. De zaak bevat uitgebreide overwegingen over de toepasselijkheid van de omkering, de reikwijdte van informatiebeschikkingen en de bewijslastverdeling in accijnszaken.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart cassatieberoep gegrond en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van omkering van bewijslast en redelijke schatting.