Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 6 oktober 2021,
- de brief van de rechtbank van 31 januari 2022 waarin een nieuwe datum voor de mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 mei 2022 en de daarin genoemde stukken, waaronder de conclusie van antwoord in reconventie en de akte vermindering van eis van [De Holding] .
2.De kern van het geschil
3.De feiten
4.Het geschil
in conventie
- een bedrag van € 2.931,65, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis tot de dag van volledige voldoening (op grond van artikel 4 van Pro de koopovereenkomst)
- een bedrag van € 50.000,00, te vermeerderen met rente (wegens schending van artikel 15 van Pro de koopovereenkomst)
- een bedrag van € 68.000,00 aan schadevergoeding en subsidiair € 21.000,00 aan contractuele boete (wegens schending van artikel 4 van Pro het addendum)