ECLI:NL:RBGEL:2022:3319
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overlijdensuitkering reisverzekering bij dienstreis niet belast als loon
De echtgenoot van eiseres is in 2013 overleden aan een rabiësinfectie opgelopen tijdens een dienstreis. Eiseres ontving in 2017 een overlijdensuitkering uit een door de werkgever afgesloten reisverzekering. De Belastingdienst kwalificeerde deze uitkering als belastbaar loon uit vroegere dienstbetrekking en legde een aanslag IB/PVV op, die eiseres betwistte.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de werkgever in 2013 had gekozen voor het overgangsregime van vrije verstrekkingen (oude regeling). Wel achtte de rechtbank aannemelijk dat de verzekering onder de gerichte vrijstelling van artikel 31a, tweede lid, aanhef en letter b, van de Wet LB viel, omdat de premie gebruikelijk was en de verzekering een zakelijk karakter had.
De rechtbank oordeelde dat de overlijdensuitkering in 2017 geen loon vormt omdat deze onder de gerichte vrijstelling valt, overeenkomstig de MH-17 uitspraak van de Hoge Raad. Het feit dat loonheffingen waren ingehouden door de verzekeraar deed hieraan niet af. De aanslag werd verminderd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De overlijdensuitkering uit de reisverzekering valt onder de gerichte vrijstelling en is niet belast als loon in 2017.