ECLI:NL:HR:2021:956
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- J. Wortel
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over zakelijke reis- en ongevallenverzekering als vrije verstrekking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2014, waarbij een uitkering uit een zakelijke reis- en ongevallenverzekering van zijn overleden zuster werd aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de verzekering was gesloten op grond van de arbeidsovereenkomst en dat de uitkering een aanspraak in de zin van de Wet LB 1964 was, die niet als vrije verstrekking kon worden aangemerkt. Hierdoor werd de uitkering als loon belast.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de premie voor de verzekering niet als vrije verstrekking kon worden aangemerkt volgens artikel 17 Wet Pro LB 1964 (tekst 2010). Daarom werd het arrest vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende in cassatie, en belanghebbende kreeg het griffierecht terugbetaald. De zaak betreft de fiscale kwalificatie van verstrekkingen door de werkgever en de toepassing van het loonbegrip in de Wet LB 1964.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.