ECLI:NL:RBGEL:2022:3597
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Militair vrijgesproken van bezit van harddrugs wegens onvoldoende bewijs
Verdachte, een militair, werd beschuldigd van het bezit van harddrugs zoals cocaïne, MDMA en amfetamine in de periode van mei tot juli 2019 op verschillende locaties in Nederland. De officier van justitie baseerde de tenlastelegging voornamelijk op WhatsApp-berichten waarin sprake zou zijn van verwijzingen naar drugsgebruik en -handel. De officier stelde dat deze berichten, in combinatie met de modus operandi die overeenkomt met andere zaken, voldoende bewijs vormden voor een veroordeling.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen in de berichten niet betrouwbaar waren en pleitte voor vrijspraak. Tijdens de zittingen op 30 mei en 20 juni 2022 werd het bewijs getoetst. De militaire kamer concludeerde dat het dossier geen getuigenverklaringen of andere bewijsmiddelen bevatte die het bezit van harddrugs door verdachte konden bevestigen. Het enkel baseren op WhatsApp-berichten was onvoldoende om het tenlastegelegde wettig en overtuigend vast te stellen.
Daarom sprak de militaire kamer verdachte vrij van het tenlastegelegde bezit van harddrugs. Het vonnis werd uitgesproken op 4 juli 2022 door de rechtbank Gelderland, meervoudige militaire kamer te Arnhem.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het bezit van harddrugs wegens onvoldoende bewijs.