Verweerder heeft een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van het zonnepark Zonnewilg in de gemeente Oude IJsselstreek, waarbij is afgeweken van het bestemmingsplan. Eisers, waaronder twee stichtingen en een individuele eiser, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit. De rechtbank oordeelt dat de stichtingen ontvankelijk zijn in hun beroep, maar dat de individuele eiser niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang.
De rechtbank stelt vast dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is en dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat zonneparken noodzakelijk zijn voor het behalen van de energietransitiedoelstellingen, ook op landbouwgrond. De zogenoemde zonneladder is voldoende betrokken bij de besluitvorming. Verder is vastgesteld dat de participatie van omwonenden en belanghebbenden adequaat is verlopen, met meerdere bijeenkomsten en inspraakmogelijkheden.
De overige beroepsgronden, waaronder het ontbreken van een milieueffectrapportage, onvoldoende aandacht voor archeologie, netcapaciteit, en de landschappelijke inpassing, worden door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de omgevingsvergunning terecht is verleend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het beroep van de individuele eiser niet-ontvankelijk.