ECLI:NL:RBGEL:2022:3906
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens onvoldoende procesbelang bij fiscale toerekening Wlz-declaraties
Eiser, budgethouder van een persoonsgebonden budget (pgb), diende declaraties over 2018 van zijn zorgverleners in bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb). Deze declaraties werden vanwege te late indiening fiscaal toegerekend aan 2019, wat leidde tot hogere inhoudingen op uitbetalingen aan de zorgverleners. Eiser stelde zich aansprakelijk voor deze schade en stelde beroep in tegen het besluit van de Svb.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende procesbelang had aangetoond omdat hij geen concrete schadebedragen kon noemen en geen schriftelijke schadeclaims van zorgverleners had ontvangen. Daarnaast werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het resultaat dat eiser nastreeft niet feitelijk betekenisvol voor hem is.
Verder deed eiser een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De rechtbank stelde vast dat de termijn met 16 maanden was overschreden, maar wees het verzoek af omdat eiser reeds voor een samenhangende zaak een vergoeding had ontvangen. De rechtbank concludeerde dat bij samenhangende zaken de vergoeding per fase slechts eenmaal wordt toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.