ECLI:NL:RVS:2020:2047
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en kinderopvangtoeslag wegens gezamenlijke huishouding
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de bijstandsuitkering en de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang aan appellanten ingetrokken vanaf 30 april 2012, omdat zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 2 ongegrond en vernietigde deels het besluit tegen appellant sub 1 wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep bevestigde de Raad van State dat appellanten vanaf genoemde datum een gezamenlijke huishouding voerden en dat de intrekkingen terecht waren. Ook de terugvordering van teveel betaalde kinderopvangtoeslag van appellant sub 1 werd bevestigd. Appellanten dienden een verzoek om schadevergoeding in wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure.
De Raad van State oordeelde dat de redelijke termijn met bijna drie jaar was overschreden, voornamelijk door vertraging in de doorzending van stukken na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Staat werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.500 aan elk van de appellanten. De uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en kinderopvangtoeslag en wijst een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.