Eisers hebben bij verweerder verzocht om intrekking van een vergunning verleend aan een derde-partij voor de vestiging van een agrarisch bedrijf nabij hun woonplaats. Verweerder heeft deze verzoeken geweigerd, waarna eisers beroep instelden bij de rechtbank Gelderland.
De rechtbank oordeelde dat de beroepen ontvankelijk zijn omdat eisers zienswijzen hadden ingediend tegen het ontwerpbesluit. Vervolgens onderzocht de rechtbank of het relativiteitsbeginsel van artikel 8:69a Awb aan een inhoudelijke beoordeling in de weg staat. Dit beginsel vereist dat de beroepsgrond verband houdt met het belang van de appellant dat door het besluit wordt geschaad.
De rechtbank stelde vast dat de afstand tussen de woningen van eisers en het Natura 2000-gebied Veluwe ongeveer 380 meter bedraagt, met bebouwing, een doorgaande weg en een spoorlijn ertussen. Hierdoor maakt het Natura 2000-gebied geen deel uit van hun leefomgeving in juridische zin. Het belang van eisers bij het behoud van hun woonomgeving is niet zodanig verweven met de algemene belangen die de Wet natuurbescherming beoogt te beschermen, dat de betrokken normen tot bescherming van hun belangen strekken.
Daarom staat artikel 8:69a Awb in de weg aan een inhoudelijke beoordeling van hun beroep. De beroepen worden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten worden gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.