ECLI:NL:RBGEL:2022:5211
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie transitievergoeding wegens betaling vóór 1 januari 2021
Eiseres beëindigde haar onderneming wegens pensionering en betaalde op 17 september 2020 een transitievergoeding aan haar ex-werknemer. Zij verzocht compensatie van deze vergoeding bij het UWV, maar dit werd afgewezen omdat de vergoeding vóór 1 januari 2021 was betaald, terwijl het Besluit compensatie transitievergoeding dit als voorwaarde stelt.
De rechtbank stelt vast dat de voorwaarden in artikel 7 van Pro het Besluit cumulatief zijn en dat eiseres niet aan de voorwaarde voldoet dat de vergoeding op of na 1 januari 2021 moet zijn betaald. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het ontwerpbesluit nog niet definitief was en eiseres rekening moest houden met wijzigingen.
Een exceptieve toetsing van het algemeen verbindend voorschrift leidt tot de conclusie dat de wetgever bewust heeft gekozen voor de voorwaarde zonder terugwerkende kracht. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de transitievergoeding vóór 1 januari 2021 is betaald en dus niet voor compensatie in aanmerking komt.