ECLI:NL:RBGEL:2022:6216
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing verlaagd tarief overdrachtsbelasting op verkavelde kavel met beperkte bebouwing
Eiser en zijn echtgenote hebben in 2020 een kavel gekocht waarop zich een deel van een buitenmuur en een deel van een terras van een voormalige woning bevonden. De voormalige woning was gesplitst in meerdere kavels, waarbij de woning grotendeels op andere percelen lag. De vraag was of deze kavel kwalificeert als woning in de zin van artikel 14, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wbr), zodat het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting van toepassing zou zijn.
De rechtbank overweegt dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat de onroerende zaak naar haar aard bestemd is voor bewoning op het moment van overdracht. De bebouwing op de kavel beslaat slechts een zeer klein deel van de voormalige woning, en de verkaveling heeft ertoe geleid dat de kavels niet meer als zelfstandige woningen kunnen worden aangemerkt. Er is geen sprake van een zelfstandige woningbestemming van de bebouwing op de kavel.
Gelet hierop kwalificeert de kavel niet als woning in de zin van artikel 14, tweede lid, van de Wbr. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het reguliere tarief van 6% overdrachtsbelasting terecht is toegepast. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het reguliere tarief van 6% overdrachtsbelasting blijft van toepassing.