ECLI:NL:RBGEL:2022:6277
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap minderjarige vanwege prematuriteit
De zaak betreft een verzoek van de bijzondere curator om het vaderschap van een éénjarige minderjarige vast te stellen, nadat de biologische vader zijn eerdere erkenningsverzoek had ingetrokken. De man en de moeder van het kind zijn tegen het verzoek en betogen dat het niet in het belang van het kind is om nu het vaderschap vast te stellen.
De rechtbank overweegt dat hoewel het belang van het kind om te weten van wie hij afstamt zwaarwegend is, de uitzonderlijke situatie waarin beide ouders het verzoek afwijzen en het kind nog erg jong is, maakt dat het verzoek prematuur is. De rechtbank hecht waarde aan het feit dat de moeder toezegt statusvoorlichting te geven en dat het kind pas zelf een weloverwogen oordeel kan vormen over het vaderschap.
De rechtbank wijst het verzoek af en stelt een informatieregeling vast waarbij de moeder de man maandelijks informeert over het kind met foto’s, onder strikte voorwaarden. De werkzaamheden van de bijzondere curator worden als beëindigd beschouwd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt afgewezen omdat het belang van de minderjarige vereist te wachten tot hij zich zelf een oordeel kan vormen.