ECLI:NL:HR:2003:AJ3261
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot gegrondverklaring ontkenning vaderschap door bijzondere curator
De zaak betreft een verzoek van een bijzondere curator tot cassatie tegen beslissingen van de rechtbank en het gerechtshof Amsterdam die haar verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap niet ontvankelijk verklaarden en bekrachtigden. De minderjarige is geboren uit een huwelijk dat kort na de geboorte werd ontbonden. De moeder leeft samen met de biologische vader, die ook de erkenning wenst.
De bijzondere curator stelde dat het vaderschap van de wettelijke vader ontkend moest worden. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de nodige rijpheid van het kind om dit verzoek te vertegenwoordigen. Het hof bekrachtigde deze beslissing met verwijzing naar de wetsgeschiedenis en de vereiste rijpheid van het kind.
De Hoge Raad oordeelt dat de tekst van artikel 1:200 BW Pro niet vereist dat het kind zelf in staat is tot een redelijke waardering van de belangen voor een dergelijk verzoek en dat de bijzondere curator wel bevoegd is het kind te vertegenwoordigen, ook als het kind nog jong is. De Hoge Raad vernietigt de beslissingen van rechtbank en hof en wijst het verzoek toe, omdat het belang van het kind gediend is met het erkennen van de biologische vader en het beëindigen van de juridische band met de wettelijke vader, die geen contact heeft.
De Hoge Raad benadrukt dat alleen concrete aanwijzingen kunnen leiden tot een ander oordeel, maar die ontbreken in deze zaak. De beschikking is gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek van de bijzondere curator toe en verklaart de ontkenning van het vaderschap van de wettelijke vader gegrond.