In deze bestuursrechtelijke zaak oordeelt de rechtbank Gelderland over boetes opgelegd aan drie partijen wegens overtredingen van de Meststoffenwet in 2012 en 2013. De overtredingen betreffen manipulatie van mestmonsters en het niet naar waarheid invullen van vervoersbewijzen. De minister had boetes opgelegd aan alle drie, waarbij twee partijen werden aangemerkt als medeplegers.
De rechtbank stelt vast dat de overtredingen zijn begaan, maar de minister heeft onvoldoende onderbouwd dat twee partijen medeplegers zijn. Daarom worden de boetes aan deze partijen op nihil gesteld. Voor de derde partij wordt de boete gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, met een matiging van 65% in plaats van 45%.
Daarnaast kent de rechtbank aan de twee partijen die geen boete hoeven te betalen een schadevergoeding toe wegens de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wijst verzoeken tot vergoeding van kosten van deskundigen af, omdat deze verband houden met beroepsgronden die niet zijn toegewezen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eisers.