Eisers 1 en 2 zijn betrokken bij een bestuursrechtelijke procedure tegen het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe over handhaving van bouw en bewoning op een perceel met bedrijfsbestemming. Het college had een last onder dwangsom opgelegd en een gedoogverklaring ingetrokken vanwege illegale bewoning van een chalet en bedrijfsruimte.
Eisers 1 voerden aan dat de bewoning van het chalet en de tweede woonruimte vergund was of onder mantelzorg viel, en dat de begunstigingstermijn voor hun zoon te kort was. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vergunningen niet konden worden aangetoond en dat mantelzorg onvoldoende was aangetoond, waardoor de handhaving terecht was. De termijn van 26 weken voor verwijdering van het chalet werd als redelijk beschouwd.
Eisers 2 voerden aan dat het college ten onrechte geen handhavend optrad tegen overschrijding van de erfgrens en dat de omgevingsvergunning van 18 februari 2022 in strijd was met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter volgde hen deels en vernietigde het besluit voor zover het de vergunning van 18 januari 2022 in stand liet, omdat het college niet had getoetst aan de planregels omtrent afstand tot perceelsgrenzen. Het college moet een nieuwe beslissing nemen binnen zes weken.