Cliënt werd op 12 augustus 2022 opgenomen in een zorginstelling zonder dat er een geldige juridische grondslag voor zijn verblijf bestond tot 29 september 2022. Gedurende deze periode toonde cliënt duidelijk verzet tegen zijn verblijf, maar de zorgaanbieder had nog geen rechterlijke machtiging aangevraagd.
De zorgaanbieder erkent het ontbreken van een geldige titel gedurende deze periode, maar stelt dat passende zorg werd verleend en dat het onverantwoord was cliënt terug te laten keren naar huis. Cliënt vordert een schadevergoeding van €100 per dag wegens onrechtmatige vrijheidsberoving.
De rechtbank oordeelt dat de zorgaanbieder de wet niet in acht heeft genomen en kent een schadevergoeding toe van €10 per dag over 46 dagen, rekening houdend met de ernst van de normschending en het feit dat cliënt passende zorg ontving. De totale vergoeding bedraagt €460. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.