ECLI:NL:RBNNE:2023:3220
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Th. A. Wiersma
- W. Huizing
- S. Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 56g Wet zorg en dwang
Verzoekster, opgenomen in een verpleeghuis op grond van een beschikking tot inbewaringstelling en rechterlijke machtiging, verzocht de rechtbank om schadevergoeding wegens verblijf zonder geldige titel in de periode van 17 april 2023 tot 15 mei 2023. Zij stelde dat het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nalatig was geweest in het tijdig aanvragen van een rechterlijke machtiging, waardoor zij onrechtmatig haar bewegingsvrijheid was beperkt en zij schade had geleden.
Het CIZ voerde verweer en stelde dat een verzoek tot schadevergoeding op grond van artikel 56g Wet zorg en dwang (Wzd) alleen mogelijk is in combinatie met een klachtenprocedure en dat het CIZ bovendien niet de juiste partij is om schadevergoeding te verzoeken. Daarnaast betwistte het CIZ de hoogte van de gevorderde vergoeding en verwees naar jurisprudentie waarin het gebruikelijke tarief in strafzaken niet werd toegepast.
De rechtbank oordeelde dat het CIZ noch op grond van artikel 44 noch Pro artikel 56g Wzd een partij is van wie schadevergoeding kan worden gevorderd. Hierdoor verklaarde de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om schadevergoeding tegen het CIZ.