De zaak betreft een beroep van eiser tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen over de berekening van de tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang (TTKO) tijdens de COVID-19-pandemie. Eiser ontving een gedeeltelijke tegemoetkoming gebaseerd op opvanguren bekend op 6 april 2020, terwijl hij stelt dat zijn opvanguren flexibel zijn vanwege het zorgwerk van zijn vrouw en dat hij de gegevens pas achteraf invult.
De rechtbank oordeelt dat de TTKO een noodmaatregel is met een vaste peildatum van 6 april 2020, bedoeld om snel duidelijkheid te bieden. Hoewel dit voor sommige ouders nadelig kan zijn, is het hanteren van deze datum in algemene zin niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Echter, eiser heeft een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel, omdat hij uit uitlatingen van de overheid mocht afleiden dat de eigen bijdrage over de gehele periode zou worden vergoed.
De rechtbank stelt vast dat de uitlatingen van de staatssecretarissen gerechtvaardigde verwachtingen scheppen en dat geen zwaarder wegende belangen aan de vergoeding in de weg staan. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen waarin de volledige eigen bijdrage wordt vergoed. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.