Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De beroepsgrond slaagt niet.
Rechtbank Gelderland
Eiseres, die op 1 september 2013 is gestopt met werken en een overbruggingsuitkering ontving vanwege de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, werd geconfronteerd met een terugvordering van deze uitkering. Verweerder stelde vast dat het gezamenlijke vermogen van eiseres en haar partner op 1 januari 2018 de vrijstellingsgrens van €60.000,00 overschreed, waardoor zij achteraf geen recht had op de uitkering.
Eiseres betwistte dat het vermogen de grens overschreed, omdat een deel van het spaargeld bestemd was voor een nieuw te bouwen woning en daarom niet meegeteld zou moeten worden. De rechtbank oordeelde echter dat het geldbedrag op de bankrekening als bezitting moet worden aangemerkt, ongeacht het bestedingsdoel, en dat er op de peildatum geen sprake was van een schuld aan de aannemer.
Verder stelde eiseres dat verweerder de belangen had moeten afwegen en dat de terugvordering in haar situatie onevenredig uitpakte. De rechtbank stelde dat de Regeling dwingend voorschrijft tot terugvordering bij overschrijding van de vermogensgrens, tenzij dringende redenen aanwezig zijn, welke in dit geval niet waren aangetoond.
Eiseres trok haar beroepsgrond over de zorgvuldigheid van het besluit in, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde en de terugvordering bevestigde.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de overbruggingsuitkering is ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.