ECLI:NL:CRVB:2021:914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving vanaf december 2008 een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Na melding van zijn huwelijk in september 2016 met een echtgenote die in Marokko woont, heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen herzien naar het gehuwde tarief en het te veel ontvangen bedrag teruggevorderd, inclusief een boete. De rechtbank Limburg oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote, mede vanwege hun frequent contact, wederzijdse zorg en financiële betrokkenheid.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege de bijzondere situatie en de Marokkaanse wetgeving feitelijk gescheiden leeft, en dat de terugvordering hem belemmert te emigreren. De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat beide echtgenoten een eigen leven leiden alsof ze niet gehuwd zijn, en dat samenwonen niet doorslaggevend is. Op basis van de feiten, waaronder regelmatig contact, wederzijdse zorg en financiële relaties, concludeert de Raad dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven in de periode oktober 2016 tot maart 2018.
De Raad bevestigt dat de Svb gehouden is tot terugvordering van onverschuldigd betaald pensioen, tenzij dringende redenen zich voordoen, wat hier niet het geval is. De beperkte aflossingscapaciteit van appellant is meegenomen in de invordering. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet duurzaam gescheiden leeft en het pensioen terecht is herzien met terugvordering.