Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in het incident.
2.De feiten
3.Het geschil in incident
4.De beoordeling
5.De beslissing
woensdag 19 april 2023voor het nemen van een conclusie van antwoord door De Volksbank,
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert de eisende partij inzage in het onderzoeksdossier en informatie over de verwerking van haar persoonsgegevens door De Volksbank, met name inzake opname in het Incidentenregister en gegevensopvraging bij derden zoals Nationale Nederlanden, ABN AMRO en Rabobank.
De feiten betreffen een hypotheekaanvraag in 2018 waarbij de eisende partij een arbeidsovereenkomst overlegde die later met terugwerkende kracht werd beëindigd. De Volksbank ontdekte dit en nam haar persoonsgegevens op in diverse registers, waarna zij de hypotheek op wilde eisen. De eisende partij stelt dat zij recht heeft op inzage op grond van artikel 15 AVG Pro en het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2021.
De Volksbank betwist dat er een weigering tot inzage is geweest en stelt dat de eisende partij voldoende is geïnformeerd en dat een verzoek tot inzage nog niet is ingediend. De rechtbank oordeelt dat de eisende partij recht heeft op inzage en informatie over de bronnen van gegevens, ook zonder voorafgaand inzageverzoek, en beveelt De Volksbank binnen vier weken daartoe.
De vordering tot overlegging van het 'onderzoeksdossier' wordt afgewezen wegens onduidelijkheid en te ruime formulering. De proceskosten van het incident worden gecompenseerd. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling in de hoofdzaak.
Uitkomst: De Volksbank wordt binnen vier weken bevolen inzage te geven in de gebeurtenissenadministratie en het Incidentenregister en informatie te verstrekken over gegevensopvraging bij derden.