Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[L] B.V.uit [plaats M] , vergunninghouder
“milieuoverlast vanwege het in werking zijn van het bedrijf verder te beperken”.
1.Omvang geding
2.De afwijking van het bestemmingsplan
nietpast binnen de agrarische bestemming, omdat de buitenuitloop hoort bij de intensieve veehouderij en deze gebruikt zal worden door de kippen die daar worden gehouden. Zulk gebruik is hier alleen toegestaan op gronden met de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ en die ligt hier alleen op het bouwvlak met de stallen.
3.De Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM)
“elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.”
inclusiefde uitlopen betrokken zijn. [7] In dat geval ging het ook om een omgevingsvergunning voor het veranderen van een rundveehouderij naar een pluimveehouderij, met 24.000 biologische legkippen en het bouwen van een pluimveestal met uitloopgebied, bestaande uit weilanden rondom het bouwvlak, van 9,6 hectare.
4.Proceskosten in bezwaar
“conform het advies van de commissie verbinden wij de volgende voorwaarden aan het besluit. Deze voorwaarden komen in plaats van de huidige voorwaarde 5:
“5. Voor de realisatie van deze stal geldt onder meer als voorwaarde dat er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiervoor is een inrichtingsplan opgesteld dat ook deel uitmaakt van deze vergunning.”